Geschiedenis

Het echtpaar Pieter Soury, burgemeester van Zwolle, en Aleijda Wolfsen, schilderes, bepaalden rond 1680 voor een belangrijk deel de vormgeving van dit huis aan de Grote Aa. De ‘Grote Sael’ (nu de regentenkamer), een gang die versierd werd met houtsnijwerk van bloemenslingers, een schouw met gesneden vruchtenslingers en de marmeren vloeren zijn in hun opdracht gemaakt.

Het pand werd in 1706 door de gezusters Greve gekocht. Na de dood van Aleida Greve werd het huis in 1742 volgens haar laatste wil tot (Oude) Vrouwenhuis verbouwd, voor bejaarde, alleenstaande vrouwen en vrijsters van de hervormde kerk. Zij konden er gratis een kamer bewonen, kregen gratis medische verzorging en een toelage uit de nalatenschap van de stichteres. Tot 1984 werd het Vrouwenhuis door oude dames bewoond maar veranderde sociale omstandigheden als o.a. de komst van de AOW in 1957 en de bouw van moderne bejaardenhuizen maakten dit hofje van liefdadigheid overbodig.

Stichting het Vrouwenhuis is het laatste hofje van Zwolle, gesticht door een particulier, dat nog het oorspronkelijke pand bezit en voor een deel nog wordt bewoond. De begane grond is sinds 1987 een museum en op afspraak geopend.