Vrijwilligster gezocht

Geinteresseerd in dit Oude Vrouwenhuis, in kunst en geschiedenis (van Zwolle) ? En vind je het leuk om je kennis over te dragen ? Het Vrouwenhuis zoekt een enthousiaste, nieuwe vrijwilliger (vrouw, 35-65 jaar, wonend in Zwolle) om het team te versterken. Belangrijkste taak is het geven van rondleidingen aan groepen door het hofje, eventueel ook in de Engelse of Duitse taal. Vraag vrijblijvend directrice S. Zwiers om informatie via tel. 038-4224823 of via de mail info@vrouwenhuiszwolle.com.

Uitgelicht : Willem en Mary

In het kunstkabinet ‘Het Vrouwenhuis anno 1690 : het huis van Pieter Soury en Aleijda Wolfsen’ (2002-nu) staan in de schouw van de Grote Sael twee haardpoppen. Deze beschilderde houten poppen vulden in de 17de en 18de eeuw de lege schouw als er geen haardvuur hoefde te branden.

De poppen zijn gebaseerd op het huwelijksportret van Willem II, prins van Oranje en stadhouder, en zijn piepjonge bruid Mary Stuart, de Engelse kroonprinses, geschilderd door Antoon van Dijck (Rijksmuseum, Amsterdam). De Zwollenaar Hendrik Wolfsen (1615-1684), vanaf 1645 eigenaar van het voorhuis van het Vrouwenhuis, woonde als jongeman met zijn neef de feestelijkheden in mei 1641 in Londen bij.

Als afgevaardigde van de stad Zwolle bij de Staten-Generaal van de Republiek in Den Haag mocht Hendrik Wolfsen in 1650 ook hun pasgeboren kind Willem III, acht dagen na de dood van zijn vader ter wereld gekomen, aanschouwen. De baby zag ‘seer gauchjens uyt de oogjens’, zo schreef hij aan de magistraat van Zwolle.

De poppen in de haard werden gemaakt in 2010, schaal 1 : 12. Maar tot grote verbazing van de maakster Saskia Zwiers bleek enkele jaren later ook een echte Mary I Stuart-haardpop uit de 17de eeuw te bestaan !

Samen met Paleis het Loo, dat momenteel gesloten is wegens verbouwing, verzorgt het Vrouwenhuis een project voor het basisonderwijs over vorstelijk en burgerlijk wonen in de 17de eeuw. De hiervoor beschreven baby Willem III, de latere stadhouder-koning en zijn vrouw, die ook weer Mary Stuart heet, staan daarin samen met stichteres Aleida Greve centraal.

Uitgelicht : de Tweede Wereldoorlog

Het Vrouwenhuis in de Tweede Wereldoorlog

Op 10 mei 1940 worden alle bruggen rond het centrum van Zwolle opgeblazen. Ook de treinen bij het station, de spoorlijn naar Kampen en de IJsselbrug worden verwoest in een poging de Duitse opmars te stuiten. De 22 dames die op dat moment in het Vrouwenhuis wonen, zullen angstige momenten gekend hebben.

Vanaf 1 september 1941 mochten Joodse kinderen niet meer naar hun eigen school maar kregen noodgedwongen les in de Munt aan de Voorstraat 41, tegenover de achterdeur van het Vrouwenhuis. Later werd het een joods ziekenhuis. Na de grote razzia’s in 1943, waarbij vele Zwolse Joden naar de vernietigingskampen worden afgevoerd, staat het leeg. 

In het Vrouwenhuis worden nog enkele spullen uit de oorlog bewaard. De directrice bewaarde in een mandje wat granaatsplinters en schreef er een briefje bij : ‘Oorlog 1942. Stukken van granaten gevonden op het dak en de binnenplaats. Directrice A. Hendriksen.’  Ook enkele verduisteringslampen (foto) en een verduisteringsgordijn bleven bewaard.

In het kasboek van de penningmeester is te lezen dat begin mei 1943 maar liefst 89 ruiten in het Vrouwenhuis moeten worden hersteld. Een paar dagen daarvoor is namelijk een kruitschip op het Zwarte Water ontploft. Op sommige plekken in het Vrouwenhuis is dat oorlogsglas – van slechte kwaliteit door gebrek aan grondstoffen en machines – nog te zien. 

In mei 1945 krijgen de bewoonsters een extra toelage ‘met de Vrede’ vanwege het feit dat Zwolle op 14 april 1945 door de Canadezen is bevrijd.

Uitgelicht : alle hofjes van Zwolle

Op 4 februari 2017 bestond het Vrouwenhuis 275 jaar. Om dit heugelijke feit te vieren bracht de Stichting het Vrouwenhuis een boek uit over álle hofjes van liefdadigheid in Zwolle, gesticht door een particulier. Een onderwerp waarover nog niet veel gepubliceerd was maar wel enorm in de belangstelling staat. Over hofjes zoals het Sint Laurensgasthuis, de Emmanuelshuizen, de Pruimersstichting en de Roelinkshuizen in het Kromme Jak (foto voorkant boek). Het boek is te koop in het Vrouwenhuis en in enkele boekhandels.

Uitgelicht : de oude vrouwen


Drie bewoonsters op de binnenplaats, ca. 1955.
Het Vrouwenhuis heeft wel een register met namen maar had geen beeld van de vrouwen. Na een oproep in de Zwolse Courant in 2000 brachten bezoekers foto’s van oudtante en oma. De namen kregen een gezicht en soms een levensverhaal.
Op de tuinbank zit links Mientje van de Belt. Zij woonde in kamer 1 bij de achterdeur en was jarenlang de portierster van het Vrouwenhuis.

Uitgelicht : het testament

Detail uit het testament van Aleida Greve, met de stichting van een Oude Vrouwenhuis

Aleida Greve was de laatste van haar familie, met haar sterft haar tak uit.
Al in 1719 maakt ze haar testament op waarin ze schrijft een Oude Vrouwenhuis te willen stichten van haar woonhuis. In een aantal codicillen wijzigt ze nog dingen, zoals dat de magistraat geen inzage mag hebben in de administratie. De laatste versie dateert van een paar dagen voor haar overlijden op 4 februari 1742, met een beverige handtekening.